Reikwijdte correspondentie over nalatenschap vaak onderschat

Het komt telkens weer terug. Rechters worden dagelijks geconfronteerd met geschillen over de uitleg van bepalingen en overeenkomsten tussen samenwoners, tussen gehuwden, bij scheidingen en bij erfenissen. De voorbeelden zijn legio en blijven zich aandienen. Zo ook in een recente zaak voor het Haagse Gerechtshof. Een verschil van mening over de waarde van het ouderlijke huis ten tijde van overlijden van de eigenaar en op het tijdstip van verkoop.

Een erfgenaam aan de ene kant en enkele mensen die een legaat uit de erfenis zouden krijgen aan de andere kant. De legitimarissen – de mensen die met een legaat bedeeld zijn – beroepen zich op een afspraak tussen hen en de erfgenaam dat de WOZ-waarde van een bepaald jaar geldt. De erfgenaam stelt echter dat het huis enkele jaren later is verkocht voor een veel lager bedrag en dat dat bedrag moet gelden als de waarde van het huis.

Het principe in de wet is, dat moet worden uitgegaan van de waarde in het economische verkeer op het moment van overlijden. Alleen als dat onredelijk en onbillijk zou zijn, kan daarvan worden afgeweken. Naar het antwoord op die vraag moet de rechter op zoek. Echter, partijen blijken eerder overeenstemming te hebben bereikt over de waarde, namelijk het door de legitimarissen gehanteerde hogere bedrag. Dat blijkt uit correspondentie die daarover onder meer met het notariskantoor is gevoerd. In de vervolgcorrespondentie heeft de erfgenaam nooit laten blijken het daarmee niet eens te zijn.

De rechter komt daarmee helemaal niet toe aan een zoektocht naar argumenten die redelijkheid en billijkheid van afwijking van de waarde in het economisch verkeer moeten rechtvaardigen. Afspraak is afspraak!

Wilt u meer weten over het afwikkelen van een nalatenschap? Bel ons voor het maken van een afspraak.