Vergoedingsrecht bij beëindiging samenwonen meestal niet geoorloofd

Soms komen opmerkelijke afspraken voor in een samenlevingsovereenkomst. Een daarvan is de afspraak dat in geval de samenwoning anders dan door overlijden dan wel huwelijk tussen beide partners wordt verbroken, de ene partner de andere partner voor ieder samengewoond jaar een bedrag vergoedt. De vraag is of een dergelijke afspraak nietig is, in strijd met de goede zeden.

Met de afspraak wordt aan een van beide partners een in tijd oplopende boete opgelegd voor het geval de samenwoning wordt verbroken. Is er dan sprake van een onzedelijk beding of valt de afspraak onder de contractvrijheid van samenwonende meerderjarigen. Beiden wisten immers wat zij ondertekenden.

In een zaak voor de rechtbank Rotterdam kwam de aap uit de mouw. De man kreeg door de samenwoning een verblijfsvergunning voor een jaar, reden voor de vrouw om het gewraakte samenlevingscontract te sluiten. Daarmee wilde zij voorkomen dat hij na vijf jaar, als zijn verblijfsvergunning was omgezet naar onbepaalde tijd, zou vertrekken.

Het beding is volgens de rechter in strijd met de vrijheid van de man zelfstandig te beslissen over het samenwonen met de vrouw. Een beslissing daarover hoort in volle vrijheid te kunnen worden genomen. Bovendien was in dit geval te verwachten dat de man het vergoedingsbedrag nooit zou kunnen betalen. Daarmee was het beding nietig.

Een vergoedingsbeding is op zichzelf niet ongeoorloofd is. Het gaat om het motief dat bij de afspraak van toepassing was. Als een motief zou ontbreken, zou een dergelijk beding mogelijk wel geoorloofd kunnen zijn.

Wilt u meer weten over de houdbaarheid van afspraken in een samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.