Verplichting in samenlevingscontract geldt ook na overlijden

Als een van de partners – voordat hij of zij ging samenwonen – een wettelijke nabestaandenuitkering genoot, komt het voor dat in het notariële samenlevingscontract een bepaling wordt opgenomen, dat de andere partner na beëindiging van de samenleving, anders dan door overlijden van een van beiden, zich verplicht om die partner dan tot het bereiken van de pensioenleeftijd een maandelijks bedrag uit te keren. Meestal zijn daar wel voorwaarden aan verbonden.

In een recente zaak voor het Hof Den Bosch betroffen die voorwaarden dat de uitkering zou vervallen als de begunstigde partner trouwt of (opnieuw) gaat samenwonen, en dat eventuele eigen inkomsten uit sociale voorzieningen van de uitkering zouden worden afgetrokken. Na beëindiging van de samenleving was netjes uitvoering gegeven aan de afspraak. Na het overlijden van de betalende partner ontstond verschil van mening tussen diens erfgenamen en de ontvangende partner over de vraag of de uitkeringsverplichting daarmee ook was beëindigd. De Rechtbank vond van wel, het Hof denkt er anders over.

Er moet gekeken worden naar de bedoeling van beide partners bij het sluiten van de samenlevingsovereenkomst. Het Hof leidt uit de eerste afspraak dat zij een aan alimentatie-gelijke verplichting wilden creëren. Echter, het Hof leidt uit de omschrijving van de betalingen af dat er sprake is van een lijfrente. Bovendien heeft de notaris die de akte heeft getekend in een brief vastgelegd dat partijen bedoelden dat de uitkering niet zou stoppen bij overlijden van de betalende partner. Voor het Hof is dat voldoende om vast te stellen dat de verplichting ook na het overlijden van de betalende partner blijft doorlopen.

Wilt u meer weten over vergelijkbare afspraken in een samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.