Meer aansprakelijkheid voor bestuurders en toezichthouders

Vanaf 1 januari 2016 krijgen bestuurders en toezichthouders te maken met meer aansprakelijkheid. Dat geldt voor verenigingen, stichtingen, coöperaties, kerken, nv's, bv's en ook voor gemeenten, provincies en waterschappen. Voortaan moet in alle statuten van organisaties waarvoor dat bijvoorbeeld via sectorregelingen is bepaald, een toezichthoudend orgaan zijn opgenomen. Dat is lang niet altijd het geval. Ga daarom na of de verplichting ook in uw geval geldt.

De nieuwe regels bepalen ook dat bestuurders en toezichthouders zich uitsluitend richten op het belang van de organisatie waarbij zij zijn aangesteld. Eigenbelang mag geen enkele rol spelen. Mede om die reden mogen zij ook niet meepraten en -besluiten over zaken waarbij zij elf direct of indirect belang hebben. Als er maar één bestuurder is, dan moet het toezichthoudend orgaan een besluit nemen. Bij afwezigheid van een toezichthoudend orgaan gaat die bevoegdheid over op de algemene vergadering.

Als toezichthouders hun taak onbehoorlijk vervullen, kunnen zij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade. Er moet hen daarnaast ook een ernstig verwijt voor hun handelen kunnen worden gemaakt.

Alleen de rechtbank kan toezichthouders van stichtingen ontslaan. Bij verenigingen, bv's en nv's kunnen leden of aandeelhouders dat. Ontslagverzoeken ten aanzien van bestuurders en toezichthouders van stichtingen zijn voorbehouden aan een belanghebbende en aan het openbaar ministerie.

Wilt u meer weten over de nieuwe aansprakelijkheidsregels voor bestuurders en toezichthouders of over de gevolgen in uw situatie? Bel ons voor het maken van een afspraak.