Vereniging kan niet over één nacht ijs bij ontzetting of opzegging lidmaatschap

Soms is een bestuur helemaal klaar met een of meer leden vanwege hun gedrag. Misschien herkent u het vanuit uw eigen omgeving. Maar het is niet zo eenvoudig om die leden te ontzetten uit hun lidmaatschap of hun het lidmaatschap te ontzeggen. Er is onderscheid tussen die laatste twee. En dan nog spelen meer criteria een rol.

Statuten, redelijkheid en billijkheid spelen een belangrijke rol bij de beoordeling van een voorgenomen ontzetting of opheffing van lidmaatschap. Rechten en verplichtingen van de leden blijken uit de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging. In de wet staat dat de vereniging en haar leden zich tegenover elkaar en onderling behoorlijk behoren te gedragen; dat wordt in de wet aangevuld met de voorwaarde “wat in redelijkheid en billijkheid” van elkaar mag worden verwacht.

Ontzetting is doorgaans – blijkend uit statuten of regelementen van verenigingen – alleen mogelijk als een lid handelt in strijd met de statuten of reglementen, of zich ontoelaatbaar gedraagt ten opzichte van het bestuur of andere leden. Het is een tuchtrechtelijke maatregel, die alleen als uiterste middel kan worden toegepast. Hetzelfde kan worden bedoeld als in de statuten of reglementen de mogelijkheid van royement is opgenomen. Royement wordt in de jurisprudentie en in het hedendaagse spraakgebruik gelijkgesteld aan ontzetting uit het lidmaatschap.

Opzegging is iets anders. Het is een minder vergaande maatregel dan ontzetting. Opzegging door de vereniging is mogelijk als van een vereniging niet langer kan worden gevraagd het lidmaatschap te laten voortduren. De wet biedt deze mogelijkheid uitdrukkelijk. Of opzegging redelijk is hangt af van de vraag of een vereniging in de gegeven omstandigheden in alle redelijkheid al dan niet tot opzegging zou mogen overgaan. De wet geeft het bestuur de vrijheid om – weliswaar – in alle redelijkheid – tot een dergelijk besluit te komen.

Een verenigingslid heeft het recht heeft om zijn mening te uiten, maar dat moet dan wel gebeuren binnen de kaders van de wet, te weten dat de leden zich tegenover het bestuur en onderling behoorlijk behoren te gedragen. Als het gedrag meerdere keren negatieve effecten heeft gehad op de bestuursleden en leden en bijvoorbeeld bijdragen aan het creëren van tegenstellingen, dan wordt de grens overschreden. Het functioneren van een vereniging kaan daardoor nogal moeizaam worden. Ook onverenigbaarheid van karakters kan daaraan bijdragen. Dat zijn allemaal aspecten op grond waarvan een bestuur in redelijkheid tot een opzeggingsbesluit kan komen.

Wilt u meer weten over opzegging en ontzetting uit het lidmaatschap van een vereniging of het opstellen van waterdichte statuten? Bel ons voor het maken van een afspraak.